Uitspraak RvS inzake milieubeoordeling voor windturbinenormen en de gevolgen voor windturbineparken en milieubescherming van omwonenden.

Geacht College

De PVV heeft recent bij de behandeling van Windpark greenport Venlo al gevraagd wat de gevolgen zijn door recente uitspraken inzake de vergunningen van Limburgse en aan Limburg grenzende windturbineparken. Door het college werd destijds gezegd dat we moeten afwachten wat deze uitspraken betekenen.

Ondertussen heeft Staatssecretaris Yeşilgöz de Eerste en Tweede Kamer geïnformeerd over de gevolgen van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State op 30 juni 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:1395) over de milieubeoordeling voor windturbinenormen en over de gevolgen voor windturbineparken en milieubescherming van omwonenden.

In de uitspraak oordeelt de Raad van State dat de algemene regels voor windturbines in het Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) en de bijbehorende Activiteitenregeling milieubeheer (Arm) voor windturbineparken (windturbinebepalingen) buiten toepassing moeten worden gelaten. Voor deze algemene regels had op grond van EU-recht een planmilieueffectrapport (planmer) moeten worden gemaakt. Dit heeft tot gevolg dat bij het vaststellen van bestemmingsplannen en het verlenen van omgevingsvergunningen niet meer van deze algemene regels kan worden uitgegaan, totdat voor de windturbinebepalingen in het Abm en de Arm een planmer is verricht en op basis daarvan de algemene regels worden gehandhaafd of aangepast.

In het programma Nieuwsuur van 24 juli 2021 is ook aandacht besteed aan bovengenoemde kwestie. Hoogleraar Internationaal recht Albert Koers gaf in de uitzending van Nieuwsuur aan dat de huidige windturbineparken hun vergunning kunnen verliezen indien er geen planMER is uitgevoerd tijdens de vergunningsaanvraag. In dezelfde uitzending gaf advocaat Anne van Nus, (namens de werkgroep Behoud Leefbaarheid Dinteloord) aan, dat ondertussen een rechtszaak is gestart. Hierbij gaf zij aan dat bij windturbineprojecten onderzoek moet worden verricht naar de milieunormen die voor windturbines gelden, zoals slagschaduw en geluidsoverlast. Ten aanzien van de geluidsnormen werd geoordeeld dat er nog geen wetenschappelijke basis ligt. Er is immers nooit onderzoek gedaan naar wat de gevolgen kunnen zijn voor het milieu, en wat de gevolgen kunnen zijn voor de omwonenden.

Tegen deze achtergrond stelt onze fractie de volgende vragen aan het college:

  1. Heeft de Provincie Limburg tijdens de verlening van vergunningen van windturbineparken in Limburg een planMER toetst verplicht gesteld, en welke Limburgse winturbineparken zijn dit eventueel?
  2. Zo nee, -gaat de provincie alsnog verplicht een planMER uitvoeren bij deze projecten, welke projecten betreft dit?
  3. Indien blijkt dat door de uitkomst van planMER er geen windturbinepark vergund mag of had mogen worden, is de provincie bereid om windturbineparken te laten afbouwen?

Gelegen tussen België en Duitsland, wordt Limburg gedomineerd door grenzen. Het langgerekte Limburg heeft 351 km grens met het buitenland en ‘slechts’ 113 km met de rest van Nederland. Limburg heeft daardoor niet alleen te maken met windturbineparken op eigen grondgebied. Er zijn ook diverse windturbineprojecten die net over de grens van Limburg ingediend of gerealiseerd zijn.

  1. Is het college het met de PVV eens dat de Provincie Limburg in voorkomende gevallen dan ook eist dat er een grensoverschrijdende MER toetst wordt verricht? Zo nee, waarom niet?
  2. Is het college het met de PVV eens dat het er alsnog een grensoverschrijdende MER dient te worden uitgevoerd die voldoet aan de (nog nader te stellen eisen) voor de lopende en afgeronde projecten? Zo nee, waarom niet?
  3. Is het college het met de PVV eens dat de grensoverschrijdende MER aan de eisen, voortvloeiend uit de uitspraak van het Europees Hof en de Afdeling, dient te voldoen?
  4. Is het college het met de PVV eens dat de aangrenzende landen, België en Duitsland, ook zijn gehouden aan de uitspraak van het Europees Hof inzake uitvoeren van een grensoverschrijdende MER en niet kunnen voldoen met een eigen soort MER?

De inwoners van Limburg hebben tijden geleefd zonder enige gezondheidsbescherming van wettelijk goedgekeurde geluidsnormen; planMER draait immers om zorg voor een veilige leefomgeving voor mens dier en milieu. Omwonende bewoners van windturbines in Limburg zijn hierdoor onfatsoenlijk behandeld. Doordat de overheid geen planMER heeft uitgevoerd, is het zelfs in strijd met de grondbeginselen van een deugdelijk/behoorlijk bestuur.

  1. Is het college het met de PVV eens dat als de overheid voorziet in duurzame energie dit nooit ten koste mag gaan van de gezondheid en veiligheid van de inwoners van Limburg? Zo nee, waarom niet?
  2. Is het college het met de PVV eens dat door de Provincie Limburg of door haar gemeenten verleende vergunningen waarbij geen planMER is uitgevoerd, inwoners van Limburg onnodige schade oplopen dan wel hinder ondervinden en zij hiervoor eigenlijk een schadecompensatie dienen te ontvangen? Zo nee, waarom niet?

De Staatsecretaris gaf in haar brief aan de kamer aan dat: “Er in Nederland geen ervaring is met het maken van een planMer voor algemene regels. Het daarom lastig is uitspraken te doen over de tijd die hier mee gemoeid zal zijn. In Vlaanderen wordt uitgegaan van een proces van drie jaar. Vooralsnog ga ik ervan uit dat het verrichten van de benodigde onderzoeken, het bieden van inspraak en inwinnen van advies, en het navolgende wetgevingstraject, 1,5 tot 2 jaar in beslag zullen nemen.”

Daarnaast geeft de staatsecretaris in haar brief aan dat: “Voor bestaande windturbineparken kan het bevoegd gezag desgewenst in voorkomend geval in het kader van de wettelijke zorgplicht maatwerkvoorschriften stellen om duidelijk te maken welke hinder wel en niet is toegestaan. Ook kunnen met dit doel alsnog voorschriften worden verbonden aan al verleende omgevingsvergunningen milieu die nu nog niet voorzien in de bescherming tegen hinder die werd geboden door de windturbinebepalingen van het Abm en de Arm.”

  1. Is het college het met de PVV eens dat het nu aan de Provincie Limburg is om als adequaat en betrouwbaar bestuur op te treden en alsnog onderzoek te doen naar de milieueffecten van de bestaande en aangevraagde windturbineprojecten in Limburg? Zo nee, waarom niet?
  2. Is het college het met de PVV eens dat gezien er geen wetenschappelijk onderbouwde normen t.b.v. geluid en slagschaduw van de windturbines zijn vastgesteld, de windturbineprojecten tijdelijk moeten worden stopgezet totdat de juiste toetsingsnormen én het volledig toetsingskader van planMER kenbaar zijn gemaakt en vastgesteld door de landelijke overheid in Den Haag?
  3. Is het college het met de PVV eens dat met de uitspraak van de RvS voor alle geplaatste en te plaatsen windturbines een eigen DB geldende norm die vergunning plichtig is moet worden afgegeven per turbine? Zo nee, waarom niet?
  4. Is het college het met de PVV eens dat deze norm gesteld moet worden door de regering en tot nader order alle projecten moeten worden stop gezet? Zo nee, waarom niet?
  5. Is het college het met de PVV eens dat de onderzoeken van het RUD geen bindende factor meer zijn na de uitspraak van de Raad van State en het Europese hof? Zo nee, waarom niet?
  6. Is het college het met de PVV eens dat de (door de provincie) gestarte en aankomende projecten t.b.v. windturbines tot nader order en of wet en regelgeving vanuit Den Haag dient stop te worden zetten om juridische procedures te voorkomen en uitspraken vanuit rechtsgang voor dient te zijn? Zo nee, waarom niet?

Provinciale Staten hebben onlangs de PES en RES goedgekeurd. In deze RES is een energieopgave van windenergie opgenomen. Indien er in Limburg windturbineparken worden afgebouwd of ‘on-hold’ worden gezet wegens ontbreken van planMER, om hoeveel windenergie gaat dit en kan de doelstelling gesteld voor de Provincie Limburg nog wel worden behaald voor 2030?

  1. Is het college het met de PVV eens dat er naar andere alternatieven dan windturbineparken dient te worden gekeken en gezocht indien blijkt dat de windturbineparken de gezondheid en veiligheid van de Limburgers schaadt? Zo nee, waarom niet?
  2. Is het college het met de PVV eens dat er ook een planMER dient te worden uitgevoerd voor grootschalige zonneparken en deze dan ook verplicht te stellen? Zo nee, waarom niet?

Vertrouwend op een beantwoording van deze vragen binnen de geldende termijn,

Namens de PVV-fractie Limburg,
Bart Megens