Aanvullende schriftelijke vragen inzake Windturbinepark Bonnesohl

Geacht college,

 

Via de media hebben wij kunnen vernemen dat het Europese Hof van Justitie op 7 november 2018 prejudiciële vragen van de Nederlandse Raad van State heeft beantwoord over het Nederlandse stikstofbeleid, meer specifiek over een aantal vergunningszaken in onder andere de Provincie Limburg. De oordelen en uitleg in deze uitspraak zijn echter voor alle Europese lidstaten bindend, zeker ook met betrekking tot de zaak Bönnesohl. Via ingekomen stuk d.d 13 november 2018 (e-mail 9 november 2018) vraagt Russell Advocaten aandacht voor deze uitspraak van het Europese Hof van Justitie, welke zeer van belang is voor de bescherming van het Natura 2000-gebied (Nationaal Park) De Meinweg met name voor de bescherming tegen te hoge stikstofdepositie. Mede verwijzend naar het in januari 2017 door Gedeputeerde Staten van de Provincie Limburg vastgestelde document ‘Natura 2000 Gebiedsanalyse voor de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) Meinweg (149)’ ¹) en als vervolg op eerder gestelde schriftelijke vragen van de PVV, als ook van 50Plus/Volkspartij Limburg, stelt de PVV-fractie de volgende aanvullende vragen:

1) In de beantwoording op vraag 2 van de schriftelijke vragen d.d 13 november 2018 van 50Plus/Volkspartij Limburg onderschrijft u dat, indien er sprake is van een MER-plicht voor een project dat mogelijk belangrijke grensoverschrijdende milieugevolgen heeft en voor zover deze plicht voortvloeit uit/samenhangt met de in de Gezamenlijke Verklaring gemaakte afspraken, dat de Provincie Limburg dan op grond van de Gezamenlijke Verklaring en de daaraan ten grondslag liggende (inter-)nationale wet- en regelgeving, de plicht heeft om de belangen van de Limburgse burgers te behartigen.

Bent u ook van mening, dat de vraag of er een MER-plicht bestaat, op grond van artikel 3 van de Gezamenlijke Verklaring, op grond van het Duitse recht moet worden beantwoord aan de hand van een deugdelijke Vorprüfung, die (cumulatief) alle milieueffecten moet omvatten en objectief toetsbaar en wetenschappelijk verantwoord moet zijn. Waarin moet worden beoordeeld of er sprake is van mogelijk te verwachten grensoverschrijdende (milieu)gevolgen als gevolg van de plannen en/of projecten waar het besluit op ziet, en dat bij een bevestigend antwoord een MER verplicht is? Kunt u dit antwoord uitgebreid motiveren?

2) In de beantwoording van de schriftelijke vragen van de PVV en van de schriftelijke vragen van 50Plus/Volkspartij Limburg, wordt steeds gerefereerd aan de Vorprüfung van Kreis Viersen die geen indicatie gaf dat een grensoverschrijdende MER geïndiceerd was. Die Vorprüfung ligt echter (nog) niet ter tafel bij Provinciale Staten en kan daarom nog niet beoordeeld worden. De PVV verzoekt U een kopie bij de beantwoording te voegen opdat de Provinciale Staten haar taak in deze goed kan vervullen.

A. Kunt u bij beantwoording van gestelde vragen (de uitkomst van) die Vorprüfung van Kreis Viersen en alle stukken daarop betrekking hebbend met de Provinciale Staten in detail delen, zodat wij kunnen zien hoe die Vorprüfung in zijn werk is gegaan?

B. En kunt u daar ter verduidelijking een inhoudelijke toelichting (onder verwijzing naar alle relevante passages uit de Vorprüfung) op geven? Wat is de inhoudelijke, objectieve en wetenschappelijk verantwoorde onderbouwing van de conclusie die U in de beantwoording van 13 november 2018 op de door de PVV op 23 oktober 2018 gestelde vraag 8a weergeeft, luidende dat Kreis Viersen terecht heeft geoordeeld, dat geen grensoverschrijdende MER is vereist?

C. Kunt u 1) de documentatie betreffende de Vorprüfung en 2) de Vorprüfung van Kreis Viersen zelf, met Provinciale Staten delen?

3) Bent u het met de PVV eens, dat uit de uitspraak van het Hof van Justitie van de EU, van 7 november 2018 in de gevoegde zaken C-293/17 en C-294/17 betreffende de uitleg van artikel 6 van de richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (op grond van Europees recht, namelijk de habitatrichtlijn), met name de overwegingen 109 t/m 111, volgt dat een autoriteit in een lidstaat van de Europese Unie ten eerste altijd aan de hand van een zogeheten ‘voortoets’ moet beoordelen of op grond van “objectieve gegevens kan worden uitgesloten dat een beoogd plan of project afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor”  betrokken Natura2000-gebied en dat, indien dit niet kan worden uitgesloten, de bevoegde nationale autoriteit een passende beoordeling van de gevolgen van dat plan of project moet verrichten, aan de hand  waarvan zij met zekerheid (lees: wetenschappelijk gezien redelijkerwijs geen twijfel) moet kunnen vaststellen dat de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet worden aangetast?  Zoniet, maar ook bij twijfel, kan het project of plan enkel doorgang vinden na een geslaagd beroep op de uitzonderingsbepaling in artikel 6, lid 4, Habitatrichtlijn, de zogeheten ADCcriteria (geen alternatieve oplossing; dwingende reden van groot openbaar belang; compensatie van de verloren gegane natuurwaarden).

Kunt u dat antwoord uitgebreid motiveren aan de hand van de uitspraak van het Hof van Justitie die ook – bent u dat met de PVV eens? – in het geval Bönnesohl toepasselijk is?

4) Voldoet de door u aangehaalde Vorprüfung (voortoets) van Kreis Viersen aan de in de uitspraak van het Hof van Justitie van de EU uiteen gezette cumulatieve eisen – zijnde (1) gebaseerd op objectieve gegevens, (2) wetenschappelijk deugdelijk, (3) alles omvattend en (4) voor alle plannen en projecten gelijk - zodat op grond van die Vorprüfung kan worden uitgesloten dat activiteiten voortvloeiende uit het Teilflächennutzungsplan van Niederkrüchten en de bouw- en milieuvergunning van Kreis Viersen voor windturbinepark Bönnesohl mogelijke significante gevolgen hebben voor Natura 2000-gebied (Nationaal Park) De Meinweg en meer in het bijzonder voor de stikstofdepositietoename door de bouw van vier windturbines? Gaarne uw uitvoerige motivatie en onderbouwing, mede in acht genomen de reeds precaire stikstofdepositie zoals genoemd in vraag 7 en 8.

 5) In uw beantwoording van de door de PVV op 23 oktober 2018 ingediende schriftelijke vragen, schrijft u in antwoord op vraag 11: “De uitkomst van deze Vorprüfung is in lijn met de door de Provincie zelf uitgevoerde beoordeling van de effecten van het windturbinepark. Gedeputeerde Staten achten de provinciale belangen zodoende voldoende geborgd.” En in antwoord op vraag 14: “De deskundige bevestigt de conclusie van de Vorprüfung.”

A. De PVV verzoekt Gedeputeerde Staten de door de Provincie Limburg zelf uitgevoerde beoordeling van de effecten van het windturbinepark Bönnesohl met Provinciale Staten te delen, tezamen met alle daaraan gerelateerde stukken en communicatie met derden waaronder Kreis Viersen en eventueel externe adviseurs. Kunt u alle documentatie en correspondentie met betrekking tot de door provinciaal/externe deskundigen uitgevoerde effectbeoordeling/ -de intern uitgevoerde beoordeling van de (mogelijke negatieve) effecten van het windturbinepark/ -de interne toetsing van de juistheid van de door Kreis Viersen uitgevoerde Vorprüfung, in uw antwoord met de leden van de Provinciale Staten delen door ze bij uw antwoord te voegen? Zo nee, kunt u dat gemotiveerd beargumenteren?

B. Heeft de PVV het juist begrepen, dat Gedeputeerde Staten van mening is, met een marginale toetsing van de door Kreis Viersen verrichte Vorprüfung te kunnen volstaan? En hoe heeft die exact plaatsgevonden, vóór of na de Vorprüfung door Kreis Viersen?

C. Kunt u exact, gemotiveerd aangeven, welke elementen bij de door de Provincie Limburg uitgevoerde toetsing/effectbeoordeling werden betrokken, wat daarover en daarvoor is onderzocht en wat de exacte uitkomst per onderdeel daarvan was? En welke (wetenschappelijk onderbouwde) gegevens, bij uw conclusie dat windturbinepark Bönnesohl geen mogelijke negatieve effecten heeft voor de natuurwaarden in het Natua 2000-gebied (Nationaal Park) De Meinweg, de doorslag hebben gegeven? Is de verhoging van de stikstofdepositie mede daarbij betrokken geweest?

D. Welke (Limburgse) (deel)belangen zijn er exact door de Provincie Limburg getoetst, hoe zijn die getoetst en heeft er een eenduidige voor alle soortgelijke gevallen gelijke toetsing plaats gevonden of een ad hoc toetsing? Zo ja, hoe is dat opgezet en in zijn werking gegaan?

E. Wat was de exacte inhoudelijke uitkomst van die toetsing (per getoetst belang) en op grond wáárvan leidt die uitkomst tot de conclusie dat het getoetste Limburgse belang ( lees: Natura 2000, flora en fauna, bodemkwaliteit, geluidsbelasting) niet wordt geschaad? Is dat objectief te toetsen?

6) In antwoord op de door de PVV op 23 oktober 2018 gestelde vraag 6, schreef u op 13 november 2018: “De 4 windturbines worden op een dusdanige afstand van de Nederlandse grens gesitueerd, dat er geen Limburgse provinciale belangen (flora en fauna, bodemkwaliteit, geluidsbelasting) worden geschaad.”  Kan hieruit worden opgemaakt, dat de ‘interne beoordeling’ van de vraag of er Limburgse belangen worden geschaad in de door interne deskundigen van de Provincie Limburg uitgevoerde effectbeoordeling, enkel ziet op een toetsing aan de hand van een afstand(scriterium) tussen de geplande windmolens en de Nederlandse grens? Kunt u dit uitvoerig toelichten? Heeft de Provincie Limburg ook meegenomen dat de windmolens 207 meter hoog zullen zijn en tot ver in Limburg te zien en te voelen zullen zijn?

7) Bent u het ermee eens dat uit het document “Natura 2000 Gebiedsanalyse voor de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) Meinweg (149)” ¹, opgesteld door Gedeputeerde Staten van de Provincie Limburg in januari 2017, volgt dat stikstofdepositie op dit moment en gedurende de komende decennia een daadwerkelijke bedreiging vormt voor de flora en fauna in het Natura 2000-gebied (Nationaal Park) De Meinweg en dat de stikstofdepositie in het Natura 2000-gebied (Nationaal Park) De Meinweg en in de omgeving van het gebied, daarom moet worden teruggedrongen? Zo nee, waarom niet? Gaarne uitgebreid motiveren.

8) Is het juist dat uit datzelfde document blijkt dat specifiek voor onder meer de beschermde habitatsoorten zure vennen, droge heide, actieve hoogvenen en beuken-eikenbossen, de stikstofdepositie in het Natura 2000-gebied (Nationaal Park) De Meinweg momenteel en naar verwachting tot 2030 reeds (veel) te hoog is en dat hetzelfde geldt voor de habitat van de volgende diersoorten: de broedvogels nachtzwaluw, boomleeuwerik en roodborsttapuit en tevens voor de kamsalamander? Zo nee, waarom niet?

En bent u het met de PVV eens, dat de stikstofdepositie derhalve dringend teruggedrongen moet worden en dat dat niet alleen betekent dat er geen nieuwe vergunningen meer verleend kunnen worden maar ook dat er maatregelen moeten worden getroffen om de aanwezige stikstof terug te dringen?  De  doelstellingen van Natura 2000-gebied (Nationaal Park) De Meinweg zijn immers niet alleen behoud, maar ook uitbreiding, verbetering. Gaarne uw antwoord uitvoerig motiveren.

9) De Provincie Limburg heeft het beleidsdocument ‘Natura 2000 Gebiedsanalyse voor de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) Meinweg (149)’ ¹) in januari 2017 opgesteld met als doel de stikstofdepositie terug te dringen naar waarden die weer onder de kritische depositiewaardes liggen. De Provincie Limburg heeft in dit document op pagina 50 geschreven: “De maatregelen die de buurlanden nemen (Natura2000 is een Europese aangelegenheid) zijn daarbij ook van groot belang”. Verderop staat op pagina 60: “Omdat in dit Natura2000-gebied een wezenlijk deel van de depositie – meer dan 50% - wordt veroorzaakt door buurlanden en mede hierdoor de daling in de depositie wordt belemmerd en tekorten ontstaan in de ontwikkelingsruimte, geldt het landelijke uitgangspunt dat de oplossing een verantwoordelijkheid is van alle bij het programma betrokken bevoegde gezagen. Bij een stijging zal Nederland er bovendien bij het desbetreffende land op aandringen dat het zijn verantwoordelijkheid neemt.”

A. Is dit beleid nog steeds geldend beleid? Zo nee, waarom niet? Gaarne uitgebreid motiveren.

B. Is de Provincie bereid dit beleid zoals hier verwoord, ook strikt (in de toekomst) te implementeren en uit te voeren? En waaruit blijkt dat de Provincie dit beleid strikt heeft uitgevoerd vanaf het moment waarop dit beleidsdocument is opgesteld?

C. Wat is Uw invulling van het in dit document verwoorde beleid en tevens op de Provincie Limburg rustende taak en verantwoordelijkheid om er op toe te zien dat ook buurlanden de daling in de depositie in het Natura 2000-gebied (Nationaal Park) De Meinweg, niet belemmeren en dus zullen verlagen? En wat is uw invulling, waar het, het windturbineproject Bönnesohl betreft?

D. Kunt u aantonen wáár, wanneer en hoe (onderbouwd met de daarop betrekking hebbende bescheiden) Kreis Viersen en Niederkrüchten voor de Provincie Limburg, aantoonbaar adequate aandacht hebben besteed aan de gewenste verlaging en aan de gevolgen van de door de bouw van windturbines te veroorzaken extra stikstofdepositie? (Bij de installatie van één windmolen gaat de stikstofdepositie omhoog met maximaal 0,36 Mol N/ha/jaar. Bij de bouw van vier windmolens, zoals het windturbineproject Bönnesohl, is dat dus 1,44 mol N/ha/jaar, nog los van de verhoogde stikstofdepositie als gevolg van al het bouw- en onderhoudsverkeer).

10) Bent u het met de PVV eens, dat, op grond van zówel de Europese Habitatrichtlijn, als de recente voor alle EU-lidstaten bindende uitleg die het Europese Hof van Justitie daar op 7 november 2018 aan heeft gegeven, als ook op grond van de hierboven (in vraag 9) geciteerde tekst uit het beleid verwoord in het beleidsdocument ‘Natura 2000 Gebiedsanalyse voor de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) Meinweg (149)’, de verantwoordelijkheid om de beschermde natuur in Natura2000-gebieden (én dus in het Natura 2000-gebied (Nationaal Park) De Meinweg, in stand te houden en te beschermen tegen negatieve invloeden van plannen of projecten, rust op álle autoriteiten in Europese lidstaten, zodat landelijke grenzen daar geen rol bij spelen, en in casu dus zówel de Duitse autoriteiten als de Nederlandse autoriteiten daar op toe moeten zien omdat het ieder hun eigen verantwoordelijkheid betreft?

11) Op grond van het hierboven aangehaalde (en geciteerde) beleidsdocument ‘Natura 2000 Gebiedsanalyse voor de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) Meinweg (149)’, rust derhalve ook op de Provincie Limburg zelfstandig de verantwoordelijkheid om te toetsen of plannen of projecten in de buurlanden, een verhoogde stikstofdepositie veroorzaken. En zo ja, om dan het buurland er op aan te spreken, dat het zijn (op grond van de Europeesrechtelijke habitat richtlijn op het buurland rustende) verantwoordelijkheid neemt om de stikstofdepositie te verlagen of een stikstof verhogende activiteit te stoppen.

A. Ziet de vraagsteller dit juist?

B. Welke gevolgen heeft de PAS-uitspraak van het Europese Hof van Justitie van 7 november 2018 – met name de overwegingen 109 t/m 111 - volgens U voor het windturbineproject Bönnesohl, in Nederland en in Duitsland? Gaarne gemotiveerd toelichten.

C. Welke gevolgen heeft de uitspraak van het Europese Hof van Justitie van 7 november 2018 – met name de overwegingen 109 t/m 111 – volgens U voor wat betreft het Provinciale (Limburgse) toetsingskader dat wetenschappelijk deugdelijk en objectief toetsbaar moet zijn? Gaarne gemotiveerd toelichten.

D. Is het Provinciale (Limburgse) toetsingskader al wetenschappelijk deugdelijk en objectief toetsbaar, of moet dat toetsingskader (met betrekking tot alle mogelijke effecten op Natura 2000-gebieden, dus niet alleen met betrekking tot stikstof) door de Provincie Limburg nog ontwikkeld worden?

E. Heeft de Provincie Limburg haar (algemene) toetsingskader en het beleidsdocument “Natura 2000 Gebiedsanalyse voor de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) Meinweg (149)” al door erkende, ter zake deskundige experts laten toetsen om de gevolgen van de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie met spoed te implementeren? En is de Provincie bereid alle lopende vergunningstrajecten tot dat moment op te schorten?

12) Aangezien de Provincie Limburg ten aanzien van het (samenhangend) Natura 2000netwerk een gedeelde verantwoordelijkheid heeft met de bevoegde gezagen in Duitsland, welke actie heeft u genomen c.q. gaat u nu nemen om Kreis Viersen er op aan te spreken dat zij haar deel van de verantwoordelijkheid moet nemen met betrekking tot de hierboven aangehaalde verantwoordelijkheid van alle betrokken bevoegde gezagen gezamenlijk (namelijk in dit geval de Provincie Limburg, Duitsland/Nordrhijn-Westfalen en Kreis Viersen), tot het terugdringen van de (reeds te hoge) stikstofdepositie, en aldus grensoverschrijdend onderzoek moet (laten) doen naar de effecten van de, door de bouw van de windturbines Bönnesohl te veroorzaken stikstofdepositie, voor de beschermde habitat- en diersoorten in het Natura 2000-gebied (Nationaal Park) De Meinweg?

Oftewel, wat heeft de Provincie Limburg proactief gedaan om de strikte naleving door Kreis Viersen en Niederkrüchten, van de interpretatie door het Europese Hof van Justitie van artikel 6 lid 3 van de Europese habitat richtlijn, ook in Duitsland geïmplementeerd te krijgen in de besluitvorming betreffende het project Bönnesohl? Gaarne uitgebreid onderbouwen en motiveren.

13) Indien Kreis Viersen inderdaad niet in haar Vorprüfung adequaat aandacht heeft besteed aan de reeds lang in Limburg en Duitsland bestaande stikstofdepositieproblematiek en met de uitspraak van het Europese Hof van Justitie van 7 november 2018 in gedachten, op grond waarvan elke Europese (centrale en decentrale) overheidsinstantie de plicht heeft ervoor te zorgen dat Natura2000-gebieden niet bedreigd worden door bijvoorbeeld stikstofdepositie, bent u het dan met de PVV eens dat alsnog van Kreis Viersen gevraagd moet worden om grensoverschrijdend onderzoek uit te voeren, in de vorm van een grensoverschrijdende MER? Zo nee, gaarne uitgebreid motiveren.

14) Uit de beantwoording (met datum 13 november 2018) op de schriftelijke vragen van de PVV en 50Plus/Volkspartij Limburg (ingediend op 23 respectievelijk 24 oktober 2018), wordt duidelijk dat Gedeputeerde Staten desbewust vooralsnog geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om beroep in te dienen bij Kreis Viersen.

Kunt u toezeggen aan de PVV, dat Gedeputeerde Staten – indien blijkt dat Gedeputeerde Staten ten onrechte heeft geoordeeld dat er géén Provinciale belangen geschaad worden door de besluitvorming in Kreis Viersen, en dus ten onrechte géén gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid van beroep - er alles aan zal doen om de belangen van de Provincie Limburg, zoals de instandhouding en bescherming van het Natura 2000-gebied (Nationaal Park) De Meinweg en terugdringing van de stikstofdepositie, alsnog bij Kreis Viersen, in een gemotiveerd bezwaar, onder de aandacht te brengen en Limburg door Kreis Viersen uitgebreid te laten betrekken in de besluitvorming, middels het uitvoeren van een grensoverschrijdende MER? Gaarne uitvoerig motiveren.

15) Bij vraag 14, wil vraagsteller graag constateren dat de Provincie Limburg, anders dan in het Saxion rapport vermeld staat, wél belanghebbende is en dus ontvankelijk zou zijn in een bezwaar/beroep. Dit volgt onder meer uit §42 lid2 VwGo, luidende: “Soweit gesetzlich nichts anderes bestimmt ist, ist die Klage nur zulässig, wenn der Kläger geltend macht, durch den Verwaltungsakt oder seine Ablehnung oder Unterlassung in seinen Rechten verletzt zu sein.”, los van de Widerspruchtsbefugnis en andere argumenten waarom Limburg belanghebbende is. Zoals Gedeputeerde Staten heeft vermeldt in de beantwoording op vraag 8 van 50Plus/Volkspartij Limburg en vraag 2 van de PVV, is de bescherming en instandhouding van de Limburgse natuur in de Limburgse (Europees beschermde) natuurgebieden, zoals het Natura 2000-gebied (Nationaal Park) De Meinweg, een evident Provinciaal belang, zodat de Provincie Limburg, direct in een eigen belang geschaad wordt, indien de besluitvorming in Duitsland nadelige effecten heeft voor het Natura 2000-gebied (Nationaal Park) De Meinweg. Wat is Uw gemotiveerde reactie hier op?

16) Bent u het – nu u kennis heeft genomen van de uitspraak van het Europese Hof van Justitie van 7 november 2018 - met vraagsteller eens, dat de Gezamenlijke Verklaring tussen Nederland en Duitsland, wél op de bouw van windturbinepark Bönnesohl van toepassing was en is, aangezien op grond van de wet (namelijk in ieder geval op grond van artikel 6 lid 3 van de Europese habitatrichtlijn, zoals het Europese Hof van Justitie dit artikel op 7 november 2018 helder en zonder dat dit voor tweeërlei uitleg vatbaar is, zowel in Duitsland, als in Nederland direct geldend, heeft uitgelegd en dat dus nu ook in Nordrhijn Westfalen (Kreis Viersen) en in de Provincie Limburg is wat rechtens te gelden heeft) wél een grensoverschrijdende MER moet worden uitgevoerd? Bent u nu bereid deze alsnog, net zoals de Provincie Limburg dat tussen 2014 tot (en met) 24 augustus 2018 deed, te vragen aan Kreis Viersen? Gaarne deze vraag gemotiveerd beantwoorden.

17) In de e-mail van 22 augustus 2018, 15:14 uur (verstrekt in antwoord op vraag 9 van de PVV en vraag 20 van 50Plus/Volkspartij Limburg), staat geschreven: “Vanwege vakanties is hierop per mail gereageerd en is gevraagd om de gemeente Roermond en Roerdalen ook bij het voornemen te betrekken en een aantal, nader genoemde thema’s in het – ons inziens noodzakelijke – MER te laten terugkomen. Over de mate van concretisering heeft naderhand nog een mailwisseling met de Kreis plaatsgevonden. Na die tijd hebben wij niets meer van de Kreis vernomen, tot het moment van vergunningverlening.” En in uw antwoord op vraag 6 van de PVV schreef u op 13 november 2018: “Per e-mail van 24 augustus 2018 zijn verduidelijkende vragen gesteld over de manier waarop Kreis Viersen is omgegaan met het eerdere MER-verzoek van de Provincie.” En in het antwoord op de door 50Plus/Volkspartij Limburg op 24 oktober 2018 gestelde vraag 13, schreef u op 13 november 2018: “Gedeputeerde Staten hebben na 24 augustus nader inzicht gekregen in de wijze waarop Kreis Viersen de provinciale belangen heeft meegenomen in de vergunningsprocedure, namelijk via een Vorprüfung.”

A. Is het correct dat de PVV constateert, dat u jarenlang uw verantwoordelijkheid, zoals vermeld in het beleidsdocument ‘Natura 2000 Gebiedsanalyse voor de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) Meinweg (149)’ en hierboven geciteerd in vraag 9, niet heeft genomen door niet te monitoren hoe Kreis Viersen omging met de eis van Limburg om een grensoverschrijdende MER op te stellen? Gaarne dit gemotiveerd toelichten.

B. De Provincie wist twee jaar ná de laatste mailwisseling over de thema’s die in de (“ons inziens noodzakelijke”) MER moesten worden meegenomen, nog helemaal niets over de ontwikkelingen betreffende de besluitvorming in Kreis Viersen. Is het – met betrekking tot de, mede op de Provincie Limburg rustende verantwoordelijkheid, op grond van artikel 6 lid 3 van de Europese habitatrichtlijn en op grond van het beleidsdocument ‘Natura 2000 Gebiedsanalyse voor de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) Meinweg (149)’ – niet onjuist dat de Provincie Limburg, slechts heeft afgewacht wat Kreis Viersen zou gaan doen, en vervolgens heeft vertrouwd op de juistheid van het oordeel van Kreis Viersen en niet proactief en handelend en sturend heeft opgetreden ter bescherming van de Limburgse belangen? Gaarne dit gemotiveerd toelichten.

C. Vindt U niet dat U verder moet gaan, namelijk door aan te dringen bij de Duitse autoriteiten, dat ook zij hun verantwoordelijkheden op grond van de Europese habitatrichtlijn strikt nemen en toetsen, ter bescherming van het Natura 2000-gebied (Nationaal Park) De Meinweg? Gaarne dit gemotiveerd toelichten.

18) De PVV constateert een tekort aan transparantie naar de Limburgse belanghebbenden in deze kwestie, zowel van de Duitse zijde als – zoals onder andere blijkt uit uw antwoorden van 13 november – aan de Nederlandse zijde, aangezien de Provincie jarenlang niet eens wist wat er gedaan en besloten werd in Kreis Viersen. Dit geeft niet de indruk dat de Provincie Limburg er proactief, sturend en handelend, bovenop heeft gezeten. Dat is ook de indruk die ontstaat, na lezing van de beantwoording d.d. 13 november 2018, van de vragen van de PVV en van 50Plus/Volkspartij Limburg. De beantwoording is uitermate kort en met een afstandelijkheid die niet past in een democratisch proces en die deze nadere vragen uitlokt. Kunnen Gedeputeerde Staten gemotiveerd verantwoorden, hoe de handelswijze van de Provincie Limburg, waar het gaat om de bescherming van Natura 2000gebied (Nationaal Park) De Meinweg en de belangen van de grensregiobewoners en de daarbij storende besluitvorming in Duitsland, te verenigen is met de democratische volks vertegenwoordigende taak van de Provincie Limburg als gedecentraliseerde overheid?

19) Doordat er geen grensoverschrijdende MER heeft plaatsgevonden en er (tot heden) slechts volstaan werd met de uitkomsten van de Vorprufung van Kreis Viersen zijn de grensregiobewoners aan Limburgse zijde van de grens in de onmiddelijke nabijheid van het windturbineproject Bönnesohl verstoken gebleven van informatie m.b.t. het windturbineproject Bönnesohl. Zij hebben geen gebruik kunnen maken van hun democratisch recht op informatie en inspraak, komen niet in aanmerking voor eventuele mitigerende maatregelen en is er geen sprake van een communicatieprotocol (conform aangenomen motie 2419 in PS-vergadering van 28 september 2018). Al deze zaken zijn wel aan de orde bij andere projecten aan Limburgse zijde van de grens zoals, bijvoorbeeld, bij het windturbineproject Venlo.

Kan Gedeputeerde Staten leven met deze bestaande rechtsongelijkheid tussen Limburgse bewoners in gelijke, voorkomende gevallen? Zo neen, wat is Gedeputeerde Staten bereid hieraan te doen?

Namens de PVV-fractie

Niek van der Loo

 

¹)  Te te raadplegen via:

https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/Documenten/Pas/Vastgestelde%20gebiedsanalyses_1 7-3-2017/149_Meinweg_gebiedsanalyse_16-01-2017_LB.pdf